olijfboom groot
Laurier haag
SerraLunga & Phalaenopsis
SerraLunga met plant
vaas van Italiaanse design 44 x 31 x 100. Decoratief met een buxus bol, asparagus, kleine bamboe of aralia.
Bonsai
Wat is Bonsai?
Het woord ‘Bonsai’ is afgeleid uit het Japans en betekend letterlijk ‘geplant in container’. Breder gezien is het de verzameling technieken om een boom op te kweken, te vormen en te verzorgen op een zodanige manier dat hij er natuurlijk en oud uitziet. Bonsai is door de eeuwen heen ontwikkeld van het in containers houden van planten tot een gerespecteerde en verfijnde Aziatische kunstvorm die sinds enkele decennia zijn weg naar streken buiten Azië vindt.
Waar komt Bonsai vandaan?
Hoewel het woord Bonsai is afgeleid uit het Japans zijn het de Chinezen die omstreeks 1000V Chr. Zijn begonnen met ‘pun-sai’; het toepassen van technieken om bomen in potten te kunnen houden. Oorspronkelijk hield vooral de elite zich bezig met deze kunstvorm en de bomen werden als cadeaus verspreid binnen China. Toen tijdens de Kamakura periode Japan veel culturele kenmerken overnam van China werk ook Bonsai geïntroduceerd in Japan, waar de kunstvorm verder werd ontwikkeld en uitgroeide tot de Bonsai die we nu kennen. De vele stijlen waarin Bonsai worden gevormd, de speciale gereedschappen en de diverse chemicaliën zijn grotendeels ontwikkeld in Japan. Pas omstreeks 1900 werd Bonsai bekend buiten Azië.
Laurier Bol
Referenties
Ficus Benjamini groot
De waringin (Ficus benjamina) is een boom uit de moerbeifamilie (Moraceae), die van nature voorkomt in Zuid- en Zuidoost-Azië en Australië. Het is de officiële boom van Bangkok, de hoofdstad van Thailand. In het wild kan de boom 30 m hoog worden. De plant heeft overhangende twijgen en glanzende, 6-13 cm lange, ovale bladeren met een toegespitste punt.
In tropische omstandigheden vormt de waringin een erg grote en statige boom, die kan worden aangeplant in parken en andere stedelijke omgevingen zoals langs brede wegen. Voor dit doel wordt plant veel gecultiveerd.
Het is ook een populaire kamerplant in gematigde klimaten, vanwege zijn elegante groei en tolerantie voor moeilijke groeiomstandigheden. De plant gedijt het beste onder zonnige omstandigheden, maar kan in de schaduw gedijen. De plant heeft een gemiddelde hoeveelheid water nodig in de zomer en slechts genoeg water in de winter om uitdroging te voorkomen. De plant kan goed tegen droge lucht en hij hoeft dus niet beneveld te worden. Dit is echter wel aan te raden om het stof van de bladeren te spoelen. De plant is niet bestand tegen koude en moet tegen tocht worden beschermd. De koude en warme luchtstromen zwakken de jonge blaadjes af en veroorzaken veel bladval, waardoor de plant er al snel slecht uit zal zien. Als de plant binnen wordt gekweekt, kan de plant te groot worden voor zijn standplaats en is verplaatsing of drastisch snoeien noodzakelijk.
De bladeren zijn erg gevoelig voor veranderingen in lichtinval. Als de plant wordt verplaatst reageert hij met bladuitval en vervanging door nieuwe bladeren die zijn aangepast aan de nieuwe lichtintensiteit.
Er zijn verschillende cultivars beschikbaar (bijvoorbeeld 'Danielle', 'Naomi', 'Exotia', en 'Golden King'). De cultivars hebben verschillende kleurpatronen van de bladeren, van licht- tot donkergroen en verschillende vormen van wit met groen blad (“variegata”-vormen).
Deze plant wordt samen met de banyan het meeste gebruikt als bonsai voor binnencultuur. Dit is vanwege hun tolerantie voor het binnenhuisklimaat.
Ficus Longifolia
Hoogte +-1,5m à 2m
Referenties
Asparagus
Asparagus is de botanische naam van een geslacht van planten in de Aspergefamilie (Asparagaceae). Het geslacht telt tot een driehondertal soorten, alle uit de Oude Wereld. Veel soorten zijn in talloze landen in beide werelddelen geïntroduceerd in gematigde en tropische gebieden.
In Nederland komen twee ondersoorten van Asparagus officinalis voor, namelijk de Asperge (subsp. officinalis) en de Liggende asperge (subsp. prostratus).
Leden van het geslacht variëren van kruiden tot ietwat houtachtige klimplanten. Ze hebben afgeplatte stengels (phylloclades), die de functie van bladeren hebben overgenomen. Drie soorten, Asparagus officinalis, Asparagus schoberioides en Asparagus cochinchinensis) zijn tweehuizige soorten, d.w.z met de mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende exemplaren. Andere zijn tweeslachtig.
Veel soorten uit Afrika worden ook wel in de geslachten Protasparagus en Myrsiphyllum geplaatst.
Diameter pot: 20cm en 50cm
Referenties
Buxus piramide
Buxus is een geslacht van (tuin-)planten, dat iedereen schijnt te kennen. De plant kan makkelijk gesnoeid worden en of zeer laag gehouden worden (in formele tuinen bijvoorbeeld), of juist hoog opgroeien en in een bijzondere vorm gesnoeid worden.
Buxus staat ook bekend onder de naam "buksboom", of "palmboompje". Soms wordt de naam 'palm' gebruikt. Maar buxus heeft niets met palmbomen te maken. Buxus, werd vroeger ook wel 'bosseboom' genoemd.
Er zijn dertig tot negentig verschillende soorten 'buxus'. Ze komen voor in Midden-Amerika en ook Venezuela, Azië, Afrika met Madagaskar, en Europa.
Referenties
Phoenix Canariensis
De Canarische dadelpalm (Phoenix canariensis) is een tot 18 m hoge, tweehuizige palm met een gedrongen stam met bladlittekens en een dichte kroon met 50 tot 100 geveerde bladeren. De bladeren zijn 5–6 m lang, breed, kort gesteeld en gebogen overhangend. De deelblaadjes zijn groen, stevig, smal-lancetvormig en V-vormig gevouwen. De onderste deelblaadjes zijn vaak gereduceerd en gedoornd. De middelste deelblaadjes zijn 40–50 cm lang.
De palm bloeit van februari tot juni. Jonge bloeiwijzen worden door een schutblad omgeven. De bloemetjes zijn crèmekleurig tot geel. De mannelijke bloemen staan dicht opeen in de as van de mannelijke bloeiwijze. De vrouwelijke bloeiwijzen zijn sterk vertakt en verkleuren tijdens de bloei van lichtgeel tot oranjerood. De talrijke vruchten staan dicht opeen in vertakte trossen. Ze zijn langwerpig-eivormig, 1,5 – 2,3 cm lang, weinig vlezig en rijpen van oranje naar donker roodbruin. In tegenstelling tot de vruchten van de echte dadelpalm (Phoenix dactylifera) zijn ze ongenietbaar.
De Canarische dadelpalm is endemisch op de Canarische eilanden. Palmen in hun natuurlijke leefgebied zijn zeldzaam geworden. Hij groeit sneller en is minder koudegevoelig dan de echte dadelpalm en wordt daarom in het hele Middellandse Zeegebied vaak als sierplant aangeplant.
Phoenix Robelini
De dwergdadelpalm (Phoenix robelini) is een rechtopstaande, tot 2,5 m hoge palm. De stam is bedekt met oude bladvoeten. De bladeren zijn fijngeveerd, tot circa 1m lang en boogvormig overhangend. De deelblaadjes zijn smal, toegespitst, en v-vormig gevouwen met omhoog wijzende randen. De middennerf steekt uit aan de onderkant van de deelblaadjes.
De bloeiwijze is tussen de bladeren geplaatst en bestaat uit meerdere, kleine, geelachtige bloemetjes. De vruchten zijn rijp zwart, elliptisch, tot 12mm lang, en weinig vlezig. In tegenstelling tot de vruchten van de echte dadelpalm (Phoenix dactylifera) zijn ze niet eetbaar.
De dwergdadelpalm komt van nature voor in Indochina. Hij wordt wereldwijd gekweekt als sierplant. In Europa wordt hij ook als kamerplant verkocht.
Palm Kenthia
Referenties
Olijfboom
Door onderling kruisen bestaan er vandaag de dag meer dan 80 soorten olijfbomen. De boom groeit aanvankelijk relatief langzaam, heeft een dikke stam en lange wortels. Vanwege de groei van de wortels, moet er telkens een minimale afstand tussen de bomen worden aangehouden bij het beplanten. Pas na 5 jaar begint de boom vruchten te dragen. Olijfbomen kunnen vele honderden jaren oud worden. Oude olijfbomen zijn bijzonder waardevol.
Olijfbomen hebben zich circa 6000 jaar geleden verpreid vanuit Palestina naar de gebieden rond het oostelijk deel van de Middellandse Zee, zoals Syrië en Klein-Azië. In de cultuur van het Joodse volk wordt de boom nog steeds als symbool van vrede en geluk gezien.
Al duizenden jaren wordt de boom in de literatuur van landen rond de Middellandse Zee genoemd, zoals in Griekse mythologie en Tenach. Volgens de Griekse mythologie schonk Pallas Athene in haar wijsheid een olijfboom aan de stad Athene. Nog steeds staat er daarom een olijfboom op de Akropolis.
Referenties
Nephrolepis
Diameter pot 30 cm en 60 cm
Hedera zuil
Het geslacht Hedera is een geslacht van kruipende of klimmende groenblijvende planten in de Klimopfamilie (Araliaceae).
Het geslacht kent in de Lage Landen slechts één soort die in het wild voorkomt: * Klimop (Hedera helix)
De planten zijn inheems op de Atlantische eilanden, westelijk, centraal en zuid Europa, noordwest Afrika, en via zuid en midden Azië oostelijk tot Japan. Op geschikte oppervlakten zoals van bomen en rotsen zijn ze in staat 25 tot 30 meter hoog te klimmen.
De jonge en volwassen scheuten verschillen. Jongen scheuten zijn slank, flexibel en hebben kleine wortels om de scheuten vast te zetten op het oppervlak (boom of rots). De volwassen takken zijn dik, zelfdragend en zonder wortels.
De bloemen verschijnen in de late herfst, elk apart klein, in 3 – 5 cm grote schermen, en erg rijk aan nectar, een belangrijke late voedselbron voor bijen en andere insecten. De vruchten zij kleine zwarte bessen die aan het eind van de winter rijpen. Ze zijn een belangrijke voedselbron voor vogels, hoewel ze voor mensen giftig zijn. De zaden worden verspreid door vogels die de bessen eten.
De bladeren worden gegeten door de larven van een aantal Lepidoptera soorten zoals de agaatvlinder (Phlogophora meticulosa), open-breedbandhuismoeder (Noctua janthe), getande spanner (Odontopera bidentata), levervlek (Euplexia lucipara), paardenbloemspanner (Idaea seriata, voedt zich uitsluitend met klimop), vliervlinder (Ourapteryx sambucaria) en taxusspikkelspanner (Peribatodes rhomboidaria).
Referenties
Laurier piramide
Laurier (Laurus nobilis) is tegenwoordig vooral een in de keuken gebruikt kruid. Laurierbladeren zijn afkomstig van de laurierboom of -struik.
Laurierbladeren zijn ongeveer 5 cm lang en worden (meestal gedroogd) gebruikt in stoofpotten en soepen, waarbij de laurier langere tijd moet meestoven om de smaak tot zijn recht te laten komen. Het blad kan niet opgegeten worden, want het blijft hard. Laurier wordt ook gebruikt in laurierdrop waarin de sterke lauriersmaak naar voren komt.
De witachtige bloemen staan in schermen in de bladoksels. De vruchten zijn eivormig, besachtige steenvruchten die als ze rijp zijn zwart kleuren.
Laurier is afkomstig uit vooral het oostelijk Middellandse Zeegebied, uit landen als Turkije, Georgië en Griekenland. In Nederland wordt Laurier gekweekt als kuipplant.
In de Klassieke Oudheid was laurier een symbool voor de overwinning. Overwinnaars werden getooid met een lauwerkrans, gemaakt van laurierbladeren. In de stripverhalen van Goscinny en Uderzo over Asterix en Obelix wordt Julius Caesar dan ook altijd met een lauwerkrans afgebeeld.
De term laureaat is een overblijfsel van deze symboliek. Verder zijn nog een aantal uitdrukkingen op laurier gebaseerd, bijvoorbeeld "op zijn lauweren rusten", "gelauwerd zijn", "lauweren oogsten".
De naam laurier wordt ten onrechte ook wel gebruikt voor de veel aangeplante laurierkers (Prunus laurocerasus).
Het is een struik of boom die wel 100 jaar oud kan worden.
Referenties
Ficus Nitida
Referenties
Hedera boog
Ficus Bol
Referenties
Ficus Benjamini
De waringin (Ficus benjamina) is een boom uit de moerbeifamilie (Moraceae), die van nature voorkomt in Zuid- en Zuidoost-Azië en Australië. Het is de officiële boom van Bangkok, de hoofdstad van Thailand. In het wild kan de boom 30 m hoog worden. De plant heeft overhangende twijgen en glanzende, 6-13 cm lange, ovale bladeren met een toegespitste punt.
In tropische omstandigheden vormt de waringin een erg grote en statige boom, die kan worden aangeplant in parken en andere stedelijke omgevingen zoals langs brede wegen. Voor dit doel wordt plant veel gecultiveerd.
Het is ook een populaire kamerplant in gematigde klimaten, vanwege zijn elegante groei en tolerantie voor moeilijke groeiomstandigheden. De plant gedijt het beste onder zonnige omstandigheden, maar kan in de schaduw gedijen. De plant heeft een gemiddelde hoeveelheid water nodig in de zomer en slechts genoeg water in de winter om uitdroging te voorkomen. De plant kan goed tegen droge lucht en hij hoeft dus niet beneveld te worden. Dit is echter wel aan te raden om het stof van de bladeren te spoelen. De plant is niet bestand tegen koude en moet tegen tocht worden beschermd. De koude en warme luchtstromen zwakken de jonge blaadjes af en veroorzaken veel bladval, waardoor de plant er al snel slecht uit zal zien. Als de plant binnen wordt gekweekt, kan de plant te groot worden voor zijn standplaats en is verplaatsing of drastisch snoeien noodzakelijk.
De bladeren zijn erg gevoelig voor veranderingen in lichtinval. Als de plant wordt verplaatst reageert hij met bladuitval en vervanging door nieuwe bladeren die zijn aangepast aan de nieuwe lichtintensiteit.
Er zijn verschillende cultivars beschikbaar (bijvoorbeeld 'Danielle', 'Naomi', 'Exotia', en 'Golden King'). De cultivars hebben verschillende kleurpatronen van de bladeren, van licht- tot donkergroen en verschillende vormen van wit met groen blad (“variegata”-vormen).
Deze plant wordt samen met de banyan het meeste gebruikt als bonsai voor binnencultuur. Dit is vanwege hun tolerantie voor het binnenhuisklimaat.
Referenties
Ficus Ali
Referenties
Dracaena marginata
Dracaena marginata is een struikachtige plant met slanke, vertakte twijgen, die door de littekens van de afgevallen bladeren een ruitachtig patroon hebben. In de volle grond kan de plant een lengte van enkele meters bereiken. De slanke stam draagt aan het uiteinde een kruin van half-stengelomvattende, smal-lijn tot lancetvormige, verspreid staande bladeren. Ze worden tot 50 cm lang, zijn vlak, glad en afstaand en staan bij ouderdom naar beneden gericht. De bladnerf is aan de onderkant duidelijk zichtbaar en de donkergroene, glanzende bladschijf is bruinrood gerand.
D. marginata is inheems in Madagaskar. Hij wordt wereldwijd in de tropen aangeplant. Vooral in Zuid-Brazilië komt hij als tuinplant veel voor. In Europa wordt hij als kamerplant aangeboden. Het is een gemakkelijke kamerplant, die ook in België en Nederland veel wordt verkocht.
Referenties
Buxus bol
Referenties
Bamboe
Bamboe is de benaming voor een aantal plantensoorten die een tribus vormen van de grassen (Gramineae oftewel Poaceae). Dit tribus Bambuseae behoort tot het supertribus Bambusodae en de onderfamilie Bambusoideae. De naam bamboe is afkomstig uit het Maleis en in vrijwel alle talen bekend (als bambu, bamboo enz.)
De stengels bestaan uit dichte parallelle vezelbundels; ze zijn van binnen hol en worden op geregelde afstanden onderbroken door knopen waar de bladeren aanhechten.
De stam van bamboe kan in lengte variëren van enige centimeters tot meer dan dertig meter, en in diameter van enkele millimeters tot meer dan 25 centimeter. De grootste bamboe is de reuzenbamboe (Dendrocalamus giganteus) die tot 35 m hoog wordt en tot 30 cm brede stengels heeft. De plant wordt in uiteenlopende klimaten aangetroffen, van koude berggebieden tot hete, tropische streken. Hij verspreidt zich hoofdzakelijk via zijn wortels, die zich ondergronds ver kunnen verspreiden om hier en daar nieuwe halmen boven de grond te laten komen.
Er bestaat langzaam- en snelverspreidende bamboe. De snelle variant verspreidt zich met een tempo van tientallen centimeters per jaar en kan tuinlieden voor grote problemen stellen: een bamboeplant kan alleen definitief verwijderd worden door de wortels uit te graven. Bamboe kan daarmee een onkruid zijn.
Bamboe is één van de snelst groeiende planten: binnen één seizoen kan hij tot volle wasdom komen. De snelst groeiende plant ter wereld is een bepaalde bamboesoort waarvan reeds groeisnelheden van een meter per dag zijn waargenomen. Dit is drie keer zo snel als de snelst groeiende boom.
Bamboe is een van de meest voorkomende jungleplanten in Nederland en Vlaanderen.

